homeplant en zorgtuinonderhoudonkruid, ziekten en plagen

Onkruid, ziekten en plagen

Met het warme weer steken ook de nodige plaaggeesten weer de kop op. Gelukkig kunt u uw planten er goed tegen beschermen. Bij Boerenbond en Welkoop vindt u voor vrijwel elke veelvoorkomende plaag een bestrijdingsmiddel.

Onkruid

Wat is onkruid? Wat voor de één een acceptabele wilde plant is, is voor de ander een plant waar die het liefst zo snel mogelijk vanaf wil. Onkruiden zijn in ieder geval planten die ongewenst zijn, bijvoorbeeld omdat ze niet mooi worden gevonden of omdat ze onze gewenste tuinplanten verdringen. Hoe kunnen we het onkruid het best bestrijden?

Wieden

Met de hand wieden en schoffelen is nog steeds een heel effectief middel tegen onkruid, waarbij u zorgt dat het onkruid er met wortel en al wordt uitgetrokken. Als u dat goed bij houdt valt het werk ook best mee. Kijk voor meer informatie rondom onkruid bestrijden bij Terras reinigen.

Onkruidverdelgers 

Verder zijn er diverse bestrijdingsmiddelen verkrijgbaar. U kunt kiezen voor een natuurlijk middel of een chemisch middel.

Natuurlijke bestrijdingsmiddelen

Bestrijdingsmiddelen op basis van natuurlijk ingrediënten (plantaardige vetzuren, geëxtraheerd uit planten) zijn minder giftig en breken snel af. Daarom zijn ze uit oogpunt van milieu de beste keus. Het werkt tegen alle kruidachtige planten (pas op met gewenste planten). Een natuurlijk middel maakt echter vooral bladeren kapot, maar niet de wortels. Daarom zijn ze vooral effectief tegen jonge onkruiden.

 

Bestrijdingsmiddel op basis van organische vetzuren werkt heel snel (al na één tot twee uur), mits u het op de juiste wijze toepast (lees daarvoor de verpakking). Ze zijn zeer goed afbreekbaar in de bodem. Ook in water breken ze snel af. In grote hoeveelheden zijn ze wel giftig voor waterorganismen; let dus op gebruik in de buurt van sloten en vijvers, en tijdens regen.

Omdat vetzuren snel afbreken, kunt u na twee tot drie dagen al nieuwe planten neerzetten. Voor grotere onkruidplanten en onkruid dat zich verspreid via de wortels, moet u soms na tien tot veertien dagen opnieuw spuiten.

 

Chemische bestrijdingsmiddelen

Onkruidbestrijdingsmiddelen op basis van kunstmatige grondstoffen werken snel en effectief, maar u loopt wel het risico dat u gewilde planten ook verdelgt. Als deze stoffen in de grond spoelen kan het grond- en oppervlaktewater vervuild raken. Lees dus vooraf goed de gebruiksaanwijzing op de verpakking.

Bedek de bodem

Met bodembedekkers kunt u (gedeelten van) de tuin onkruidvrij houden. Bodembedekkers zijn plantjes die zo dicht op elkaar groeien dat andere planten geen kans krijgen. Om te voorkomen dat zaadjes van onkruidsoorten wortel schieten, kunt u ook de bodem afdekken met een dikke laag hooi, stro, bast, boomschors of fijngemalen cacaodoppen. Deze truc helpt niet tegen wortel-onkruidsoorten.

Anti-worteldoek

Tegen de onkruidsoorten die zich via wortels verspreiden, zoals zevenblad en kweek helpt alleen anti-worteldoek. Het wordt geweven uit zwart plastic en heeft als voordeel dat het wel water maar geen licht en wortelgroei doorlaat. U legt het ongeveer 5 cm onder het bodemoppervlak. Ook handig voor onder straatwerk. Worteldoek of ook wel gronddoek genoemd is in diverse maten verkrijgbaar is bij BoerenBond en Welkoop.

Geen luizen geen kans

Bladluizen zitten vooral op de top van de scheuten. Ze halen daar de suikers uit de plant. Dit gaat ten koste van de groei. Daarnaast kunnen bladluizen virusziekten overbrengen. Nu wordt een lichte aantasting in de tuin meestal wel door de natuur opgelost: lieveheersbeestjes en gaasvliegen ruimen heel wat op. Maar als het te erg wordt, moet u toch zelf in actie komen. Gebruik dan bij voorkeur een verantwoord (chemisch) middel, bijvoorbeeld op basis van vetzure zepen of pyrethrinen. Zulke middelen worden in het milieu vrij snel afgebroken, maar zijn natuurlijk wel giftig voor de luizen. Ga tijdens het spuiten altijd voorzichtig te werk en volg daarbij strikt de gebruiksaanwijzing. Spuit in elk geval vanaf een afstand van minstens 30 cm, bij windstil weer en alleen ’s avonds (als de bijen niet meer vliegen). En houd chemische middelen hoe dan ook buiten bereik van kinderen.

Remedie tegen roetdauw en roest

Roetdauw

Nóg een goede reden om luizen tijdig te bestrijden: roetdauw. Deze vieze, kleverige, zwarte aantasting op bladeren en twijgen is namelijk de schuld van luizen die suikerrijk vocht zuigen uit sappige plantendelen en daarmee een heel proces op gang brengen. Eerst wordt het vocht voor een deel weer uitgescheiden: de zogenaamde honingdauw die letterlijk uit de planten kan druipen (vooral sommige soorten lindebomen zijn wat dat betreft berucht). Dat vocht komt dan op de bladeren en twijgen terecht. Daar vormt het een prachtige voedingsbodem voor een schimmel die er de zwarte roetdauw op veroorzaakt. In feite is het dus gewoon een schimmellaag die erg lastig is te verwijderen en de goede werking van het blad verhindert. Pak het kwaad dus bij de wortel aan en die wortel heet ‘luis’.

Roest

Roest is een andere schimmelziekte. Er komen oranje-bruine vlekjes op de onderzijde van het blad. Na enkele weken worden ze steeds donkerder. De ziekte treedt vooral op bij warm en vochtig weer. Bij een ernstige aantasting zal de plant bovengronds helemaal afsterven. Roest kan door een meststof met een hoog kaligehalte in bedwang gehouden worden. Snij het blad tot de grond terug en bescherm met een versterkingsmiddel ter bescherming van schimmelziekten.

Medicijn tegen meeldauw

Net als roetdauw verhindert meeldauw een goede werking van het blad en dus lijdt de plant eronder. De echte meeldauw, die eruitziet als een witte poederlaag op de plantendelen, treedt vooral op tijdens warm weer en bij een hoge luchtvochtigheid gecombineerd met weinig wind. Er valt eigenlijk weinig aan te doen. Dus als uw rozen er veel last van hebben, kunt u misschien beter op zoek gaan naar minder meeldauwgevoelige rassen. Die zijn er beslist – ook bij de zogenaamde Engelse rozen die vaak de bloemvorm en heerlijke geur van de zeer gevoelige en sterk gevulde ouderwetse rozen hebben. Andere zeer meeldauwgevoelige planten zijn o.a. pioenen (Paeonia), floxen en meidoorn, maar deze schimmelaantasting kan op veel meer plantensoorten voorkomen.

Meeldauw is een schimmelziekte die erg veel voorkomt. Er komt dan een witte waas op het blad te liggen. Herfstasters en vlambloemen hebben daar erg veel last van. Soms zelfs zoveel dat de bloei vaak erg tegenvalt.

Weg met witte vlieg

Ook witte vlieg is een bekend probleem voor sommige planten. Vooral Fuchsia’s en Pelargoniums (die we geraniums noemen) kunnen er behoorlijk last van hebben. Witte vliegen zijn eigenlijk kleine vlindertjes met een wit poeder op hun vleugels. Ze zuigen net zoals luizen aan zachte plantendelen en scheiden ook zoet vocht uit, waarop zich weer roetdauwschimmels kunnen vestigen. De vlindertjes leggen hun eitjes aan de onderzijde van de bladeren. Daaruit ontstaan al binnen 3 à 4 weken nieuwe volwassen witte vliegjes, dus voor u het weet is het een ware plaag. En dan kunt u bijna niet meer om chemische bestrijding heen. Bij BoerenBond/Welkoop adviseren we u graag hoe u het probleem het beste kunt aanvliegen.

Preventie en bescherming

Er is veel mogelijk om ziekten en aantastingen te voorkomen. Zorg in elk geval dat uw planten zo gezond en sterk mogelijk zijn, dan hebben ze de meeste weerstand.

Kweekbak of tunnelboog

U kunt planten in hun eerste stadium beschermen met een kweekbak die over de planten kan worden geplaatst. Zo kunnen uw planten beschut tegen weer en wind opgroeien.

Bescherming kan ook met folie over tunnelbogen: dat zijn gebogen beugels van ongeveer 2,5 m lang die over een bed in de moestuin of VierkanteMeterTuin kunnen worden aangebracht. Moestuinfolie er overheen en klaar is uw tunnel. Als u ook de uiteinden dichtmaakt, kan geen insect meer bij uw planten en het klimaat onder de folie is buitengewoon gunstig voor een snelle, gezonde groei. Om uw planten te verzorgen tilt u gewoon de folie een stukje op.

Netten helpen tegen lastige vogels

Sommige vogelsoorten zijn verzot op het zaad uit vers ingezaaide bedjes, op de jonge zaailingen, ander vers groen, en op knoppen en vruchten van planten. Om ze weg te houden spant u netten over gewassen en teelten die gevaar lopen. Doe dat zo dat de planten er geen last van hebben en de vogels zich er niet in verstrikken. Dat laatste gebeurt vooral als de netten slap (niet uitgespannen) over de gewassen heen worden aangebracht. Span een net daarom altijd strak over bogen of beugels zoals de hierboven genoemde tunnelbogen.