homedier en welzijndieren om het huisbuitenvogels

Vogels voeren

Voeren helpt de tuinvogels niet alleen om de koude winter te overleven. Het zorgt er ook voor dat de dieren in goede conditie zijn om in het voorjaar hun jongen groot te brengen.

Wel voeren, niet voeren, wat is het nu?

 

De RSPB, de Britse Vogelbescherming, voert al bijna tien jaar campagne om vogels het hele jaar rond te voederen. Ook Vogelbescherming Nederland is inmiddels om. Voorheen gold de regel ‘alleen in de winter’ en dan ook nog alleen als ze niet of nauwelijks zelf aan voedsel kunnen komen. De laatste inzichten zijn dat de vogelstand juist sterker wordt van doorlopend bijvoeren.

Energierijk voedsel

 

Een vogel moet heel zuinig met zijn energie omspringen. Het zoeken naar voedsel mag
hem dus niet te veel energie kosten. Vogels zoeken in eerste instantie naar natuurlijk
voedsel zoals insecten, zaden en vruchten. Pas als ze dat niet meer kunnen vinden, gaan ze op zoek naar ander voedsel. Het voer dat u aanbiedt, helpt ze om in de herfst al extra energie op te bouwen voor de winter, terwijl ze hun ‘nazomerenergie’ zorgeloos kunnen reserveren voor de najaarstrek. Bovendien kunnen zwakke exemplaren zo gemakkelijker overleven tijdens slecht najaarsweer.

Makkelijk voedsel maakt niet afhankelijk

Nóg een misverstand: je moet de natuur gewoon zijn gang laten gaan en vooral niet verstoren met kunstmatig voedsel. ‘Makkelijk’ voedsel zou de vogels afhankelijk maken. Geen enkel onderzoek onderschrijft dit echter. De universiteit van Wisconsin in de Verenigde Staten heeft juist vastgesteld dat vogels die aan voedersilo’s zijn gewend een winter zonder bijvoeren net zo goed doorkomen als soortgenoten die nog nooit een silo hebben bezocht.

 

Alle rupsen voor de jongen

Jonge vogels krijgen in de natuur een eiwitrijkdieet van rupsen, larven, wormen, spinnen en kevertjes. Uit onderzoek van de British Trust for Ornithology is gebleken dat ouders hun jongen altijd van het juiste eiwitmenu voorzien, aangenomen dat het te vinden is. Als u bijvoert met ongezouten zonnebloemzaden of zadenmixen bijvoorbeeld, vullen de oudervogels hiermee heel efficiënt hun eigen maag; alle rupsjes en wormpjes zijn dan voor de jongen. Vogels die worden gevoerd in het voorjaar gaan eerder broeden, leggen meer eieren en brengen ook meer jongen groot.

Welk voer is goed?

Vogels kunnen zelf uitstekend bepalen wat goed voor ze is, ze zorgen zelf voor voldoende energie en voldoende variatie. Maar u kunt ze natuurlijk wel helpen door goede voeding aan te bieden. Kies daarom bijvoorbeeld een strooivoer speciaal voor buitenvogels, deze mengsels bevatten meestal verschillende zaden, pinda’s, zonnebloempitten en kleine stukjes maïs. Vetbollen zijn vooral geschikt voor de wintertijd (in de zomer bederft het snel). Hang de vetbol het liefst op een droge plek, door veel nattigheid kan het een vieze kleffe klont worden. Sommige vogels zijn insecteneters en die kun je in de winter fijn verwennen met wat gedroogde insecten. Bij BoerenBond en Welkoop zijn zelfs speciale insectenmengsels voor vogels te koop.

Zelf vogelvoer maken

Naast het wintervoer dat verkrijgbaar is in de winkel, kunt u de vogels verwennen met allerlei lekkernijen uit uw eigen keuken. Het is leuk om te doen en u geeft wat meer variatie in het menu. Wat dacht u van stukjes ongezouten spekzwoerd, rijp geworden appels of peren, een klokhuis van een net gegeten appel, rozijnen of krenten, broodkruimels van overgebleven brood of kleine stukjes kaas (zonder korst).Of een ketting rijgen van doppinda’s. Maar ook stukjes gekookte aardappel of rijst zullen dankbaar worden verorberd. Let er wel op dat u geen zout op deze producten heeft gestrooid.

U kunt ook zelf vetbollen maken:

1.Smelt nieuw frituurvet (ongezouten) en het liefst van dierlijke oorsprong
2.Laat het even afkoelen totdat het niet heet meer is (anders zakken de zaden gelijk naar beneden) maar nog goed te roeren;
3.Vermeng dit met diverse zaden (verhouding vet:droogvoer = circa 1:3)
Bruikbaar is onder andere: gebroken hennep- of maanzaad, havermout, zemelen, zonnebloempitten, pinda’s of volièrezaad. Alles moet ongezouten zijn!
4.Giet het mengsel in een vorm (aardewerk bloempot, een berkenstammetje met gaten, halve lege kokosnoot) of in een mal bijvoorbeeld een plastic bekertje, hang er een touwtje in (Verwijder na het stollen het bekertje en hang de vetbol op aan het touwtje).

Aan tafel

Zaadetende vogels als vinken en mussen gaan anders aan tafel dan insectenetende vogels. Strooi daarom het zaad op de grond of op een voedertafel. Hou hierbij afstand van ramen. Vogels worden door de beweging van mensen achter het glas gestoord en zullen na enkele keren niet meer terugkeren. Insectenetende vogels (merels en roodborstjes) zitten liever beschut onder struiken of heggen, maar kun je ook voeren op een open plek.

Tips

 

Water is broodnodig!

Water is voor vogels misschien nog wel belangrijker dan voedsel. Want vogels gebruiken water om te drinken én om in te baden. Na een bad wordt het verenkleed met de snavel weer ingevet en in topconditie gebracht. Als u twee vliegen in één klap wilt slaan, bied het drinkwater dan aan in een vogelbad, met uitzondering van de wintertijd. In de koude wintermaanden kunnen de natte veren na het baden gaan bevriezen.

Waarom nestkasten ophangen?

Nog niet zo heel lang geleden hadden vogels in de vrije natuur meer dan genoeg nestplaatsen. Maar de laatste jaren verdwijnen er steeds meer natuurlijke nestplaatsen en dat geeft te denken, vooral omdat we er zelf een belangrijke rol in spelen.
Zo isoleren we onze huizen steeds beter, alle gaten en kieren worden gedicht. Ook besteden we steeds minder tijd aan tuinieren, waardoor hagen, heggen en beplanting moeten wijken voor houten schuttingen en sierbestrating. En dan worden zangvogels ook nog eens verjaagd door de vele kraaiachtigen. Kortom: de hoogste tijd voor extra nestkasten!

Nesten in alle soorten en maten

 

 

Elke vogel stelt zijn eigen eisen aan een nestkast, waarbij vooral de grootte van de invliegopening bepaalt welke vogel erin gaat broeden. Zo houden roodborstjes van een nestkast met een brede invliegopening en kiezen mezen juist voor een opening waar ze precies doorheen passen. Daarnaast is het formaat van de nestkast van belang. Sommige soorten houden van ruimte, terwijl andere soorten juist kiezen om gezellig tegen elkaar aan te kruipen. In onze winkels vindt u nestkasten in verschillende modellen en formaten. Om het u gemakkelijk te maken hebben we ze allemaal voorzien van een papieren wikkel, hierop staat aangegeven voor welke vogels ze geschikt zijn.

Zo hangt een nestkast goed

 

 

Een nestkast kunt u beter niet zomaar ergens tegen de muur spijkeren dus hebben we de belangrijkste aandachtspunten hier voor u op een rijtje gezet. Hang de nestkast op:

Doe dit bij voorkeur in de herfst. Vogels kunnen dan wennen aan de plek van de nestkast, waardoor er meer kans is dat deze ook daadwerkelijk in het voorjaar gebruikt gaat worden. Daarnaast zijn er vogelsoorten, onder andere de koolmees en de
pimpelmees, die in de winter graag gebruik maken van een nestkast als schuil en overnachtingsplaats. Hun bedje maken ze het liefste zelf op, dus stop geen materialen zoals stro of zaagsel in de nestkast.

 

 

Tijd voor de grote schoonmaak

 

Oud nestmateriaal bevat vaak parasieten. Maak de nestkast dan ook jaarlijks schoon nadat de jongen van het tweede of derde legsel zijn uitgevlogen. Gebruik hier voor heet water en een harde borstel en pas wel op voor springende vlooien bij het openen van een nestkast!